Kort antwoord: tel het oppervlak van alle onderdelen op en deel door het oppervlak van één plaat. Dat is het minimum aantal platen. Hoeveel je er echt nodig hebt, bepaalt het zaagplan, want de zaagsnede, de nerfrichting en de vorm van de onderdelen kosten ruimte. Acht vierkanten van 610 mm vullen een plaat van 2440 × 1220 mm op papier precies. Met een zaagblad van 3 mm passen er maar drie per plaat; maak ze 607 mm en alle acht passen weer.
Het zaagplan hieronder doet het rekenwerk: het verdeelt de onderdelen, telt elke zaagsnede mee en tekent elke plaat met genummerde zaagsneden.
Stap 1: maak een zaaglijst
Schrijf elk onderdeel op met de eindmaat en het aantal: zijkanten, legplanken, bovenblad, plint, regels. Eerst de lengte, dan de breedte. De lengte ligt in de nerfrichting van de plaat, bij bijna alle platen de lange kant.
Markeer de onderdelen waarvan de houttekening één kant op moet lopen: fronten, zichtbare zijkanten, ladefronten. Verborgen delen zoals plinten en regels mogen draaien, en dat spaart vaak materiaal.
Stap 2: het oppervlak geeft het minimum
| Plaat | Oppervlak |
|---|---|
| 2440 × 1220 mm (multiplex, mdf, spaanplaat) | 2,98 m² |
| 2500 × 1250 mm | 3,13 m² |
| 3050 × 1220 mm | 3,72 m² |
Minimum = oppervlak van alle onderdelen ÷ oppervlak van één plaat, naar boven afgerond. Een eenvoudige boekenkast met twee zijkanten van 1800 × 300 mm, vier planken van 764 × 300 mm, een bovenblad van 800 × 300 mm en twee plinten van 764 × 80 mm heeft 2,36 m² aan onderdelen: 0,79 van een plaat van 2440 × 1220 mm. Hij past op één plaat, met 21 % over.
Lange en brede onderdelen passen vaak slechter dan het oppervlak belooft. Het oppervlak is dus alleen de ondergrens.
Stap 3: reken de zaagsnede mee
Elke snede maakt een strook hout tot zaagsel: bij een cirkelzaagblad zo'n 2,4–3,2 mm, bij een invalzaagblad ongeveer 2,2 mm (Festool TS 55, fijnzaagblad). Onderdelen die de plaat precies verdelen, verliezen daardoor een hele rij.
Vier onderdelen van 610 mm hebben 2440 mm nodig plus drie zaagsneden, en dat is meer dan de plaat lang is. Onderdelen per plaat met een zaagsnede van 3 mm, lengte in de nerfrichting, berekend met het zaagplan:
| Onderdeel | 2440 × 1220 mm | 3050 × 1220 mm |
|---|---|---|
| 600 × 300 mm | 16 | 20 |
| 800 × 300 mm | 12 | 12 |
| 1000 × 400 mm | 6 | 9 |
| 600 × 600 mm | 8 | 10 |
| 720 × 560 mm | 6 | 8 |
| 1800 × 300 mm | 4 | 4 |
| 610 × 610 mm | 3 (zonder zaagsnede 8) | – |
| 607 × 607 mm | 8 | – |
Stap 4: leg de nerf alleen vast waar je hem ziet
Als alle onderdelen in de nerfrichting moeten liggen, passen er vaak minder op de plaat. Een onderdeel van 900 × 300 mm past acht keer op een plaat van 2440 × 1220 mm als het in de nerf moet blijven, en tien keer als het mag draaien. Vink ‘nerf’ aan bij fronten, zijkanten en panelen, en laat regels, plinten en verborgen achterkanten draaien.
Stap 5: randen afzagen en in een veilige volgorde zagen
Fabrieksranden zijn vaak beschadigd, en veel platen wijken een paar millimeter af of zijn niet helemaal haaks. Meet je plaat dus na. Een rand van 10 mm afzagen aan elke kant kost materiaal.
Ons voorbeeld van een onderkast van 60 cm: twee zijkanten van 720 × 560 mm, een bodem van 564 × 560 mm en twee regels van 564 × 100 mm, achterwand apart. Op een plaat van 2440 × 1220 mm passen twee kasten, maar niet meer als je de randen afzaagt:
| Onderkasten | Platen (zaagsnede 3 mm) | Met 10 mm rand eraf |
|---|---|---|
| 1 | 1 | 1 |
| 2 | 1 | 2 |
| 4 | 2 | 3 |
| 6 | 3 | 3 |
| 8 | 4 | 4 |
Plan doorgaande zaagsneden: elke snede loopt van de ene rand van het stuk naar de andere, eerst stroken in de lengte, dan dwars. Zulke guillotinesneden zaag je veilig met een formaatzaag, tafelzaag of invalzaag op een geleiderail. Plannen met ingestoken sneden die halverwege een stuk stoppen, passen soms iets beter, maar die zaag je met de hand moeilijk netjes en veilig. Het zaagplan maakt alleen doorgaande sneden en nummert ze in een volgorde die je kunt volgen.
Latten en balken: combineer de lengtes
Bij latten, balken en plinten werkt het net zo, in één richting. Een moestuinbak met vier zijkanten van 1,8 m, vier kopse kanten van 0,9 m en vier palen van 0,3 m vraagt 14,4 m als je alleen lengtes van 2,4 m, alleen 3,6 m of alleen 4,8 m koopt. Gecombineerd als twee keer 4,8 m en één keer 3,6 m is het 13,2 m, met 9 % zaagverlies.
Vul bij elke lengte de prijs in, dan koopt het plan de goedkoopste combinatie, niet alleen de kortste. Welke lengtes je houthandel heeft, verschilt: vul de echte in.
Voor hout per kuub helpt de houtcalculator. Wordt de plaat een vloer, lees dan Hoeveel laminaat heb ik nodig?
Veelgestelde vragen
Hoeveel platen heb ik nodig voor een keuken?
Zet de onderdelen van elke kast in een lijst en plan ze. In ons voorbeeld van een onderkast van 60 cm (alleen de kast, achterwand apart) passen er twee op een plaat van 2440 × 1220 mm. Fronten, legplanken en bovenkasten komen erbij.
Hoe breed is een zaagsnede?
Bij een gewoon cirkelzaagblad ongeveer 2,4–3,2 mm, bij een invalzaagblad ongeveer 2,2 mm (Festool TS 55). Als het krap wordt, meet dan een proefsnede met je eigen blad.
Is 10–15 % extra voor zaagverlies genoeg?
Een percentage is een schatting. Eén onderdeel dat net niet in het restant past, kan een hele plaat extra kosten, en een goed passende lijst heeft niets extra nodig. Met een zaagplan weet je het aantal vóór je koopt.
Kan de bouwmarkt de platen op maat zagen?
Veel bouwmarkten en houthandels zagen platen op maat. Neem het afgedrukte plan met de genummerde zaagsneden mee, dan wordt er gezaagd in een volgorde die alle onderdelen heel houdt.
Wat betekent ‘nerf’ in het zaagplan?
De lengte van het onderdeel blijft in de lengterichting van de plaat, zodat de houttekening dezelfde kant op loopt. Zonder vinkje mag het plan het onderdeel een kwartslag draaien om materiaal te sparen.
Methode: Jukka Jylänki, A Thousand Ways to Pack the Bin (guillotine-indeling van rechthoeken); daarmee werkt het zaagplan. Zaagbreedte: Festool-fijnzaagblad voor de TS 55, 2,2 mm (opgave van Rockler).
Calculators in dit artikel
Vul uw eigen maten in voor een exact antwoord.